• F4
  • F1
  • F3
  • F2

Het TRC Voorwerp van de  Maand, Augustus 2012, is een blauw en crème zijden robe à l’anglaise voor een meisje, daterend uit de laat-achttiende eeuw en gedragen in Nederland. De jurk is open aan de voorkant en sluit alleen bij het lijfje door middel van kleine haakjes en oogjes. Het weefsel is een taffeta lancé met smalle verticale strepen in kettingsatijn en een motief van fijne bloemtakjes gemaakt van inslagflotteringen met een toegevoegde crème inslag. De jurk is gedurende de gehele maand augustus to bewonderen in de TRC Gallery.
Een 18de-eeuwse Robe à l'Anglaise voor een meisje. TRC collectie nr. 2007.0732

In de achttiende eeuw  waren kinderen vrijwel hetzelfde gekleed als volwassenen, er bestonden geen speciale kinderkleuren en slechts enkele kledingstukken waren uitsluitend bestemd voor kinderen. Het is lastig te zeggen waar de dagelijkse kleding uit bestond, want op schilderijen en portretten zijn  ‘gewone’ kinderen zelden afgebeeld en kunnen we alleen zien  hoe de hofstijl, gedragen door aristocratische kinderen en jonge troonopvolgers, eruit zag. Evenals in de twee eeuwen daarvoor was achttiende-eeuwse kinderkleding vooral gebaseerd op een formele verschijning. Voor een meisje betekende dit dat zij een zogenaamde chemise (een losvallend hemd met mouwen) droeg onder haar bovenkleding, een corset, een onderrok - soms zichtbaar zoals de gekleurde en doorgestikte petticoats - , kousen en kousenbanden, zakken, een jurk, een schort (niet bij de open robes), een kapje en schoenen. Dit beeld veranderde pas ingrijpend in de jaren 1770-80, toen een lichtere kledingstijl in zwang kwam die geïnspireerd was op de Griekse draperie-kleding en resulteerde in jurken met een verhoogde taille-lijn. Tot die tijd echter werd het dragen van korsetten ook voor kinderen heilzaam geacht, omdat het de rug en de organen zou ondersteunen. Het dragen van kapjes en hoeden, waardoor het hoofd ten allen tijde warm werd gehouden, werd eveneens verstandig geacht om ziekte te voorkomen.

TRC number: 2007.0785; 2007.0944; loan                                          

 

Description:

 

 

 


Swimwear from the Netherlands

a.Woolen swimsuit, male, 1920s; b. Cotton swimsuit, female, late 1950s; c. Polyamide bikini, female, late 1980s
 

 

 


The TRC Object of the Month for July is a set of swimwear dating from the last century and worn in the Netherlands. The dark blue swimsuit is a woolen  men’s swimsuit, machine knitted and worn in the 1920s at the Dutch coast. The blue-cream swimsuit is a female suit made of woven cotton and fully wrinkled with elastic, dating from the later ‘50s. The bikini is made of polyamide and dates from the late 1980s.

Bathing in sea came in vogue not earlier than at the end of the eighteenth century. At first it was a rather serious business with a strong medical character. The salt water was thought to be wholesome by disorders like asthma, arthritis, ulcers, hernia and for the bathing a special therapy program was used, including the drinking of sea water. Originally bathing huts , also called bathing machines were driven into the breakers, where the patients were submitted naked to the waves by attendants called dippers. The strict moral standards of the time soon made dressed bathing the norm. Bathing costume did not differ very much from daily summer dress. Women even let their  corset under their dresses, to prevent  the wet cloths to show their body shape. Only in 1880 the one-piece swimsuit  was introduced, which also made women wearing pants for the first time. The early swimsuits were made of knitted wool, but soon more comfortable materials were used. The lady’s swimsuit, made by the Dutch company Tweka, shows a good improvement and the fabric was even patented as Tweka telescopic.The introduction of synthetic fibres such as Nylon, Helanca and the today Lycra allowed an even better shape. These quick drying materials guaranteed form maintenance during swimming, but also didn’t let you with a soaking afterwards.
Swimsuits more and more became a fashion article, the blue-cream swimsuit bears a label of the renowned Dutch fashion house Gebroeders Gerzon’s Modemagazijnen N.V. (1889-1968). The 1970s tended to more and more exposed body and hence less material. This now seems to have reached the top: swimsuits anno 2012 increasingly have a concealing shape with a figure corrective interior to let the woman swim as flattering as possible.

 

Keywords: Clothing, swimwear

Object type: two swimsuits, one male(a) and one female(b); bikini(c)

Local name: badpak; bikini

Country: Netherlands

Date: 1920s; late 1950(-early‘60s); late 1980s(-early‘90s)

Materials: wool; cotton and elastic; polyamide

Techniques: machine knitted; machine woven and machine sewn and wrinkled; machine knitted
Dimensions: H75cm x W50cm; H70cm x W45cm; H22cm x W45cm + H12cm x W45cm

 

TRC number: 2007.0785; 2007.0944; loan  

 

TRC number: 2007.0785; 2007.0944; loan                                            

 

 

 

 

 

 

Further reading:
Ferry, Kathreen, Beach Huts and Bathing Machines, Shire, 2009
 Galjaard, J.M. ,  Pootje Baden: de vaderlandse geschiedenis van het badleven, Utrecht, 1966
  Hemmen, P. van, De geschiedenis van de badmode. TWEKA 75, 1916-1991, Nuenen ,1991
  Kessels, J.A.W., Het Huis GerzonGeschiedenis van een Modehuis, 1889-1964, Uitgave: Gebr. Gerzon`s Modemagazijnen N.V., 1964
 


 

            

Bathing machines on the beach of Noordwijk, Netherlands and driven into the breakers. Late 19th century

Badkoetsen op het Noordwijkse strand en doorrijdend tot in de branding . Eind 19e eeuw

(Bron: http://www.dekker-bu9.nl/genealogie/bedijn/gen_Bedijn.htm; http://nl.wikipedia.org/wiki/Badkoets)

 

 

 

                               Man wearing a woolen swimsuit, 1934
Man in wollen herenbadpak, 1934

  

 

Het Voorwerp van de Maand, Juni 2012, is een prachtig versierde naaidoos uit het zuiden van Syrië. De doos, nu te zien en bewonderen bij het TRC, is gemaakt van donkerpaarse en natuurgekleurde stro. Het stro is eerst geverfd en daarna geweven in vierkante en driehoekige vormen. Deze zijn vervolgens aan elkaar genaaid. De randen van de naaidoos zijn versierd met bloemmotieven, maar ook met damast en gewone stof. De hoeken van de doos hebben kleine kwastjes van textiel. Elke kwastje is gemaakt van een bepaald type stof.Een Zuid-Syrische naaidoos. Foto Joost Kolkman. TRC collectie, acc. nr. 2005.0132Een Zuid-Syrische naaidoos. Foto Joost Kolkman. TRC collectie, acc. nr. 2005.0132

De doosjes  zijn waarschijnlijk een voorstelling van een huis, met het deksel van de doos als dak. Voorbeelden van hetzelfde type naaidozen uit het noorden van Jordanië en Israël/Palestina, uit het begin en midden van de 20ste eeuw, zijn vaak veel drukker versierd, met zijden kwastjes op de bovenste hoeken en ruitvormige amuletten, gemaakt van stro, op de vier onderste hoeken

Hetr TRC-voorwerp van de maand april 2012, uitgezocht en beschreven door Kayle Harris (TRC stagiair van de Universiteit Leiden) was een jas (khosai) van lokaal geproduceerd vilt uit de provincie Uruzgan in Zuid-Afghanistan. De jas is gedecoreerd met borduurwerk, dat bestaat uit geometrische motieven in wit en puntdecoraties in blauw, geel, roze en groen. De hier tentoongestelde khosai is speciaal vervaardigd voor Dr. Willem Vogelsang (Leiden) in 2009, nadat hij een vergelijkbaar exemplaar had gezien en erover gesproken had met het districtshoofd. Het maken van de jas begon met het verzamelen en vilten van de benodigde schapenwol en eindigde met het borduren; de productie van deze khosai nam ongeveer één jaar in beslag.Oude man met een khosai mantel. Uruzgan, Zuid-Afghanistan, voorjaar 2009. Foto: Willem VogelsangOude man met een khosai mantel. Uruzgan, Zuid-Afghanistan, voorjaar 2009. Foto: Willem Vogelsang

Dergelijke zware viltjassen werden traditioneel gedragen door herders in de vlakten van Zuid-Afghanistan en de bergweiden in het midden van het land. De zware jassen waren noodzakelijk voor de herder om de koude winternachten te trotseren. Veel van deze herders behoorden tot de Pashtuns, de grootste etnische groep binnen Afghanistan. De Pashtuns leven langs beide zijden van de huidige grens tussen Afghanistan en Pakistan.Een khosai mantel uit Uruzgan, Zuid-Afghanistan. TRC collectie.Een khosai mantel uit Uruzgan, Zuid-Afghanistan. TRC collectie.

Deze jassen worden gekenmerkt door hun opmerkelijk lange mouwen, die niet voor gebruik bedoeld zijn; in plaats daarvan wordt de gehele jas als een soort mantel over de schouders gedragen. De tentoongestelde khosai heeft twee kleine handzakken aan de voorzijde om de jas gesloten te houden. Jassen met lange, valse mouwen worden gedragen in Centraal-Azië, Afghanistan en Iran en kunnen ook gemaakt zijn van andere typen textiel, waaronder zijde. Hun geschiedenis gaat terug tot het eerste millennium v.Chr. De oude Grieken verhalen bijvoorbeeld over hoe de onderdanen in bijzijn van koningen hun armen in hun mouwen stopten, als teken van respect; op deze wijze konden zij niet naar hun wapens grijpen.

 

  • SleutelwoordenKleding; kledingstukkhosaiUruzgan; Afghanistan
  • Type voorwerp: mantel
  • Lokale naamkhosai
  • Land: Afghanistan
  • Regio/etnische groepPashtun
  • Datering: 2009
  • Materialenvilt; synthetische draden; zilverkleurige draad; synthetisch fluweel
  • Techniekengeborduurd; handgenaaidopgenaaide band en draad
  • Afmetingen: H 122 cm x B 54 cm
  • TRC acquisitienummer: 2010.0087 

Verder lezen:

Vogelsang, Willem, 2005, “Dressing for the future in ancient garb: the use of clothing in Afghan politics,” Khil’a 1.

Vogelsang, Willem, 2007, “What Afghan men used to wear in the early nineteenth century: the Right Honourable Mountstuart Elphinstone and his account of the Kingdom of Kabul,” Khil’a 3.

Het TRC “Voorwerp van de maand” voor mei 2012, geselecteerd en beschreven door Angeliki Karakonstanti (TRC stagiair van de Universiteit Leiden), is een set van traditionele bruidskleding uit India. Deze kleding is gedurende de gehele maand mei van alle kanten te bewonderen bij het TRC. Het geheel bestaat uit een rode rok (lehenga), met passende blouse (choli) en shawl (chunni). De rok en blouse zijn gemaakt van zijde en gevoerd met katoen. De shawl is gemaakt van een zijden gasweefsel. Vanwege het gewicht van de geborduurde versiering van de shawl wordt dit kledingstuk over het hoofd en langs de rug gedragen, in plaats van, zoals meer gebruikelijk bij shawls, over het schouders.

Zoek in TRC website

Contact

Boerhaavelaan 6
2334 EN Leiden.
Tel. +31 (0)6 28830428  
office@trcleiden.org

facebook 2015 logo detail

 

instagram vernieuwt uiterlijk en logo

 

 

Bankrekening

NL39 INGB 0002 9823 59, t.a.v. Stichting Textile Research Centre.

Openingstijden

Het TRC is gesloten tot maandag 4 mei vanwege de verhuizing naar de Boerhaavelaan. We blijven bereikbaar via email (office@trcleiden.org) of telefoon: 06-28830428.

Financiële giften

Het TRC is afhankelijk van project-financiering en privé-donaties. Al ons werk wordt verricht door vrijwilligers. Ter ondersteuning van de vele activiteiten van het TRC vragen wij U daarom om financiële steun:

Giften kunt U overmaken op bankrekeningnummer (IBAN) NL39 INGB 000 298 2359, t.n.v. Stichting Textile Research Centre. BIC code is: INGBNL2A

U kunt ook, heel simpel, indien u een iDEAL app heeft, de iDEAL-knop hieronder gebruiken en door een bepaald bedrag in te vullen: 
 

 

 

Omdat het TRC officieel is erkend als een Algemeen Nut Beogende Instelling (ANBI), en daarbij ook nog als een Culturele Instelling, zijn particuliere giften voor 125% aftrekbaar van de belasting, en voor bedrijven zelfs voor 150%. Voor meer informatie, klik hier